‘Home is where the heart is..’

Negen graden en een grijze lucht: winterjassen weer. Ik hobbel over de Nederlandse spoorwegen. Precies twee maanden na mijn terugkeer op Hollandse bodem betreed ik het in het oog springende geel met blauwe openbare vervoersmiddel voor het eerst. Oordopjes zitten diep in mijn oren gepropt en de klanken zorgen voor euforie met een donker randje. Ik sluit mij af van de buitenwereld. Maak geen contact met de omstanders in de overvolle trein. Typisch Nederlands? Ik staar verveeld naar buiten en zie de grijze, dreigende lucht en dorre herfstachtige landschappen. Ik voel een verdwaalde vlinder in mijn buik bij het idee dat officieel de lente is aangebroken en deze landschappen snel zullen veranderen in kleurrijke bossen met gekleurde bloemen.

De wereld raast in een hoog tempo langs me heen. Ik sta stil. Met één voet in Afrika, één voet in Nederland. Een ware tweesplitsing. Ik sluit mijn ogen en keer vlot terug naar ‘mijn’ vertrouwde innerlijke wereldje. Ik laat de muziek doordringen en ben even terug. Terug in Tanzania. Terug in het land dat als thuis voelt. Het stroomt door mijn bloed (wellicht samen met Bilharzia na zwemmen in zoet, stilstaand water…?). Het doet mijn hart sneller kloppen. Het laat mijn brein overuren draaien. Een stukje van mij is daar, in Sengerema. Bovenal; daar is mijn Afrikaanse ‘hoogtepuntje’ en kleine grote liefde: baby Milo. Het verlangen en gemis naar hem is ondragelijk.

Epidermo-wattes?

Tijdens mijn treinrit van 1,5 uur richting Amsterdam scroll ik door de foto’s op mijn telefoon. De ene na de andere casus komt bovendrijven. Mijn hart slaat een slag over bij het aanblik van één van de kleintjes. Dit mannetje kwam ogenschijnlijk gezond en op tijd ter wereld. Opvallend was een vreemde bruine, glimmende vlek op zijn linker armpje. Nieuw voor mijn ogen, dus vlot m’n gouden steun en toeverlaat Marije telefonisch in consult gevraagd. Het beeld verslechterde per uur en resulteerde in een volledig loslatende huid en fors bloedende wonden. Schrijnend aanblik. Intens verdrietige oogjes van een troosteloze baby. Tropische temperaturen dragen niet bepaald bij aan herstel- en we kozen voor vettig verband. Een aantal dagen later tref ik zijn vader in paniek met z’n ernstige zieke, septische baby over de gang. Schreeuwend om hulp. Z’n kleine baby is ontroostbaar en gaat zichtbaar achteruit. We besluiten tot operatief ingrijpen en openen de verbanden. Onder de verbanden komt een dierentuin aan maden- en overige insecten vandaan. Kort wordt het zwart voor mijn ogen, maar ik herstel vlot. We moeten vechten voor dit kind. Tevergeefs. Om voor deze categorie kinderen te kúnnen vechten, is de NICU van essentieel belang. Close monitoring.

Nog steeds hobbelend over het spoor doe ik mijn telefoon snel weg, herstel mijn gedachten en open mijn nieuwe ‘bijbel’ (fetal and neonatal secrets) toevallig op de pagina waar ik een foto zie met het (zeldzame) beeld wat bovenbeschreven kind had; epidermolysis bullosa (wat Marije al gediagnosticeerd had op basis van de foto), ook wel vlinderziekte genoemd.. Dit kindje is nu écht een ‘vlinderkindje’.

Milo:

Het kleine boefje wordt in een rap tempo groot. Gelukkig ben ik de afgelopen maanden dagelijks op de hoogte gehouden door lokale NICU-verpleegkundigen (trots!), m’n favo gynaecoloog en vriendinnetje Siobhan en m’n twee helden Iris en Suzan, die zijn zorg volledig hebben overgenomen. Hij wordt helaas toch geen beroemde basketballer: de adoptie naar Amerika gaat helaas, door meerdere factoren, niet door. Inmiddels hebben Iris en Suzan hard gestreden voor een prachtig alternatief: hun ‘mama’ Martha (een lieve dame die dagelijks voor de coassistenten in Sengerema zorgt) gaat zich naar alle waarschijnlijkheid bekommeren over ‘onze’ prachtige Milo. Zodoende blijven wij allemaal vanaf de zijlijn betrokken. Daarnaast hoop ik hem 24 april in mijn armen te kunnen sluiten…

Project NICU:

Broeder Hieronymus, Sengerema, schreef in 1960 dat een prematuur kind, twee maanden te vroeg geboren, in een kartonnen doos werd gelegd met warmwaterzakjes om het kind in leven te houden. Hij omschrijft het als primitieve omstandigheden, maar meer was niet voor handen. 55 jaar later, op 19-11-2015 om precies te zijn, zijn deze omstandigheden radicaal anders. Er is een afdeling geopend voor zieke baby’tjes, een NICU. Couveuses, monitoren en zuurstof. Een getraind team. Een basis. Hopelijk één die we verder kunnen gaan uitbreiden. Concreet gaat een deel daarvan over een kleine vier weken alweer plaatsvinden (op 23-04-2016), dan vlieg ik zelf terug voor twee weken kliniekdienst en onderwijs. Support in alle vormen is welkom. Kijk voor meer informatie over donaties op www.stichtingvsh.nl.

Mijn hoofd zit vol verhalen. De komende weken zal ik mijn blog voortzetten voor de belangstellende lezer met een aantal ongepubliceerde verhalen van mijn periode in Afrika. Uiteraard start ik op 23-04-2016 weer met een actuele blog omtrent de werkzaamheden in Tanzania. 

 

Mijn locatie Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands.

2 reacties op “‘Home is where the heart is..’

  1. Ha Milou,

    Mooi geschreven. Het stille verlangen naar Sengerema blijft altijd aanwezig :-) Erg leuk dat je zo snel alweer terug kunt! Een betere projectleider voor ons NICU project kunnen we ons niet wensen. Ik ben heel erg blij (en stiekem een beetje jaloers) dat jij dit project zo nauw gaat vervolgen en begeleiden. Trots op je!!!

    Liefs, Niek

Reacties zijn gesloten.