Siku yangu (mijn dag)

De nacht is roerig. Mijn lange benen steken zeker 20 cm uit het kleine Afrikaanse bed waarin ik slaap langs de Airstrip. De klamboe kriebelt ondertussen tussen m’n tenen en het gezoem van de muggen vormt een waar strijkorkest. Om 05.00 word ik wakker van woedende honden die elkaar luidkeels achtervolgen rond ons huis. Onrustig dommel ik weer in, om vervolgens om 06.00 gewekt te worden door het galmen vanuit de Moskee. Ik besluit het op te geven, en gooi een paar stralen koud water in m’n gezicht, om me vervolgens in mijn operatiepak en witte jas te hijsen. Om 07.30 zitten we vervolgens paraat bij ‘morning report’. Op de achtergrond ronkt de generator hard en buiten is het mistig van het rokende apparaat. Er is geen stroom, en de generator werkt hard om het hele ziekenhuis van stroom te voorzien.

Asubuhi (ochtend)

Om 09.30 betreden we de Labour Ward, waar we de zo bekende hoge toon van de reanimatietafel al op afstand horen blèren. Op de tafel treffen we een grauw, iets te vroeg geboren baby’tje aan. De verpleging heeft het kindje net beademd, en het hartje is mooi gaan kloppen. We besluiten deze jonge wereldburger vlot te verplaastsen naar de NICU. Het zuurstofgehalte in het bloed blijkt erg laag, slechts 60%. We besluiten te starten met ademhalingsondersteuning om te kijken of we het zuurstofgehalte kunnen opkrikken. Dit lukt slechts moeizaam, het kindje blijft uiterst slap.

Ondertussen behoeven ook de andere baby’s op de Intensive Care onze aandacht. We besluiten met de Clinical Officer (CO) en Registered Nurse (RN) te starten met een leerzame visite (training on the job). Op het eerste bedje ligt een kindje van een week oud wat er cachectisch uitziet en bij elke slok voeding hoest en proest en de voeding via neus en mond weer terug komt. We proberen een maagsonde in te brengen, maar deze krult terug. We vermoeden een slokdarmdefect en willen het kindje insturen naar een groter centrum. Ouders besluiten echter, ondanks onze verwoede pogingen hun transport te betalen, dat zij gebruik willen maken van lokale medicatie bij een traditional healer.

In de vier houten couveuses liggen momenteel acht zeer jonge, kleine prematuren (allen onder de kilo). Allemaal tweelingen, dus ze heten allemaal Kulwa (eerste) en Dotto (tweede). Toevallig allemaal meisjes met een roze, gehaakte muts. We houden ze met pleisters uit elkaar. Onze blik valt op de meest rechtse couveuse. Hierin ligt de kleinste en jongste tweeling van respectievelijk 500 en 700 gram (geschat 26 weken). Een van de twee is blauw en ademt niet. We vrezen het ergste, en halen het kindje vlot uit de couveuse en starten met beademen. Met effect! De hartslag is vlot weer boven de 100 slagen per minuut, de pittige tante opent haar ogen en zet het op een gillen. Deze korte resuscitatie herhaalde zich nog driemaal gedurende onze dienst. Dit is het gevolg van het onrijpe ademhalingscentrum, waardoor zo’n jong kindje af en toe stopt met ademen*. Ondertussen sneuvelt het kleine infuus in haar hand. We zijn echter volledig door de neonatale infusen heen, en moeten de markt op om weer een voorraad aan te leggen. Een grotere maat infuus past namelijk niet in een onderarm wat de grootte van een luciferstokje heeft..

Mchana (voormiddag)

Het gaat niet goed met onze opname van vanmorgen. Het kind heeft ernstige ademhalingsproblemen en blijft volledig slap en niet reactief. Maximale ademhalingsondersteuning mag niet baten. We besluiten nog even handmatig te beademen, maar ook dit heeft onvoldoende effect. De hartslag ebt steeds verder weg, en het pasgeboren baby’tje overlijdt.

Net goed en wel bijgekomen van dit overlijden, krijgen we bericht dat er in een lokale, kleine dispensary (kliniek) in de ‘bush’ en zieke baby is geboren die onmiddelijke hulp vereist. We stappen in de ambulance, en vervolgen onze weg door de prachtige, groene Afrikaanse landschappen. De ambulance heeft vier verschillende sirenes: wale, yeow, hi-lo en yelp. Enthousiast speelt onze chauffeur onderweg met deze hippe deuntjes. Met goed effect: de dala dala’s (lokale kleine busjes) en piki piki’s (motoren) maken massaal plaats. Na 20 minuten geasfalteerde weg, duiken we de bush in. We gaan de dirt road op, en komen al vlot vast te zitten. Gelukkig pakken de wielen het snel weer op, en kunnen we door. Het zou gaan om een baby met een chirurgisch probleem. Onderweg zoeken we reeds contact met een Nederlandse kinderchirurg van het Radboudumc. Zij bereidt ons voor op de procedure. Tropengeneeskunde ten top: roeien met de riemen die we hebben. Bij aankomst met de imposante ambulance, is de hele tribe uitgelopen uit de hutjes, en worden we groots onthaald. De baby is in slechte conditie. De darmen en maag liggen volledig buiten het lichaam en zijn anatomisch niet goed aangelegd (gastroschisis). Het kindje is onwijs afgekoeld, en slechts 31 graden. We proberen het defect te verkennen en de organen terug te plaatsen in de buik. Dit lukt niet. We besluiten een naaldje in het bot te plaatsen om vocht te kunnen geven, wikkelen het kindje in doeken en nemen het op schoot, tegen ons aan, voorin de ambulance om op te warmen. ‘Haraka haraka’, snel naar het ziekenhuis! Inventief plaatsen we een slangetje in de maag, binden daar een spuitje en handschoen aan vast, om alle maagsappen te laten aflopen. De conditie van het kindje blijft echter zo slecht en de afwijking zo groot, dat we helaas geen behandelopties meer hebben en de natuur z’n werk heeft gedaan.

 Jioni (namiddag/avond)

Afgepeigerd van een intensieve dag met veel acute (tropen) geneeskunde lopen we onze laatste ronde over de NICU. Alle acht de kleine prematuren liggen blakend roze in de couveuse met enkel ondersteuning via CPAP of een zuurstofbril. Pittig, Afrikaans bloed. Vlak voordat wij het ziekenhuis willen verlaten, schuifelt er een onzekere, jonge moeder de NICU binnen met haar forse baby. Haar pasgeboren telg huilt veel en ze is bang dat hij ziek is. Ik bied mijn pink aan met een beetje suikerwater, en deze stralende baby eet m’n pink bijna op. Onze diagnose luidt: honger. Gefeliciteerd met uw zoon, jullie mogen naar huis!

Nota bene: in Nederland gebruiken we medicijnen ter preventie van zo’n ‘apneu’ (coffeine). Met donaties die via Stichting Vrienden Sengerema Hospital (www.stichtingvsh.nl) binnenkomen, streven we naar continue invoer van een soortgelijk medicament op de NICU. Zodoende streven we naar sterftereductie van (jonge) prematuren. 

 

Mijn locatie Sengerema, Mwanza Region, Tanzania.