Blog Medix

Blog 1: een wereld vol contrasten

Milou van Ingen, 28 jaar, is physician assistant op de Intensive Care Neonatologie van het Radboudumc. Naast haar werkzaamheden in het drukke academische ziekenhuis reist zij veelvuldig af naar het Tanzaniaanse Sengerema om te werken op een Neonatale Intensive Care Unit (NICU) in de tropen. Een wereld vol contrasten. Via deze blog worden deze grote verschillen duidelijk geschetst.

7131 kilometer: de afstand tussen mijn vertrouwde Nijmegen en tweede thuis in Sengerema, een plaats diep in het noorden van het Oost-Afrikaanse Tanzania. Van deur tot deur een intensieve reis, met vrijwel alle vervoersmiddelen die je kan indenken. Zodra we de nabijgelegen grote stad Mwanza per boot verlaten, gaan we ‘back to basics’: het einde van geasfalteerde wegen, het einde van de vanzelfsprekendheid van stromend water en het einde van 24/7 stroomvoorzieningen. Dit vormt het begin van een prachtig, intensief en bovenal onvergetelijk avontuur.

Sengerema, mijn tweede thuis

In september 2015 legde ik deze reis voor het eerst af. Toen niet beseffende dat deze reis nog vele malen vaker zou volgen en dat deze specifieke plek zou gaan aanvoelen als mijn tweede thuis. Ook realiseerde ik me niet dat het werk in deze derdewereld-setting mijn leven definitief zou veranderen.

In Nederland ben ik werkzaam als Physician Assistant op de Intensive Care Neonatologie van het Radboudumc. In 2015 werd ik door een internist-infectioloog benaderd of ik interesse had in het opzetten van een Neonatale Intensive Care Unit (NICU) in Sengerema, Tanzania. Neonatale sterfte is namelijk tienmaal hoger in Tanzania dan in Nederland. Vanuit ‘Stichting Vrienden Sengerema Hospital’, een stichting opgezet door oud coassistenten, ontstond het idee voor deze afdeling. Inmiddels zijn we 2,5 jaar en een goed draaiende NICU verder. Jaarlijks worden meer dan 1200 neonaten op deze afdeling opgenomen en hebben we een neonatale sterftereductie van 40% weten te bewerkstelligen in het afgelopen jaar.

Klein maar sterk

Bepakt en bezakt met een laagje stof over m’n huid bewandel ik de eerste paden van het grote districtsziekenhuis. Brede glimlachen op de vriendelijke Tanzaniaanse gezichten komen voorbij. Van alle kanten word ik warm onthaald en meegesleept naar mijn grote trots. Het zonnetje staat op de blauwe bewegwijzering waarop de NICU staat aangegeven. Van een afstand hoor ik de apparaten ronken: het is de non invasieve ademhalingsondersteuning in een poging deze kwetsbare populatie de eerste moeilijke periode te laten overleven. Mijn aandacht wordt getrokken door een kleine dame van 900 gram in de houten couveuse. Haar huid is glanzend en roze/rood. Dunne beharing bedekken haar armen ter grootte van een luciferstokje. Een geel infuus in haar hand reikt tot haar elleboog. Grote ogen staren rond. Veel donkere haartjes zitten aan haar bolletje geplakt. Ik schat haar zo’n 28 weken amenorroeduur, ze is waarschijnlijk 3,5 maand te vroeg geboren. De behandelmogelijkheden zijn beperkt: er was geen voorbereiding mogelijk met corticosteroïden, geen mogelijkheid tot toediening van exogeen Surfactant of parenterale voeding. Er was enkel wat non invasieve positieve druk via CPAP (een vorm van ademhalingsondersteuning), antibiotica, moedermelk en moeders warme borst. Haar ademhaling met een kleine hartslag was gelukkig ook te horen. Haar moeder vecht als een leeuwin voor haar dochter. Dag en nacht ligt de kleine tussen de vertrouwde borsten van haar moeder. Elke twee uur drinkt ze een beetje moedermelk uit een cupje. Ze is wonderbaarlijk sterk en elke dag sterkt ze een beetje meer aan. Trots Afrikaans bloed noem ik het.

Ademhalingsmoeilijkheden

Op de NICU liggen naast mini’s van 500 gram, ook grote beren van meer dan vier kilogram. Mijn blik valt op een jongen van 3,8 kilogram met grijze/blauwe lippen. Hij heeft diepe intercostale intrekkingen en bij elke uitademing hoor ik een fors gekreun. Zijn hoofdje wordt naar achteren getrokken bij elke inademing. Het is een jongen met forse respiratoire insufficiëntie en op die dag 9 dagen oud. Hij komt van thuis. Ik bekijk de jongen goed. Zijn glazige ogen staren dwars door me heen. Hij voelt klam aan en blijkt koorts te hebben. Ik zie een bandje om zijn rechterpols. In gedachten werk ik mijn differentiaal diagnose af. Behoudens een bloeduitstrijk heb ik geen mogelijkheid tot aanvullend onderzoek. Ik start behandeling voor de gebruikelijke, meest waarschijnlijke diagnose: sepsis. Het bandje om zijn pols brengt mij echter aan het twijfelen. In een derdewereldsetting is het gebruikelijk een lokale medicijnman te bezoeken. Met mijn beste Swahili kom ik erachter dat de jonge moeder inderdaad naar de medicijnman is geweest. Haar zoon heeft lokale kruiden gehad, en is inmiddels in kritieke toestand. We starten maximale therapie: ademhalingsondersteuning via CPAP, vochttoediening en antibiotica. 48 kritieke uren verstrijken. Het mannetje vecht als een leeuw en doorstaat deze zware hobbels. Zonder de NICU was dit een oneerlijke strijd geworden, die hij niet had gewonnen!

Levensreis

De grote afstand tussen deze twee werelden is het dubbel en dwars waard. Van imposante hart-longmachine op de NICU in Nijmegen, naar simpele borrelpotten van de CPAP op de NICU in Tanzania. Voor dezelfde populatie, maar met verschillende middelen ter ondersteuning. Een oneerlijke strijd, maar optimale inzet!

28685114_2031301076885751_1533022030083915776_o

Selecteer een tab met welk account je een reactie wil achterlaten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>