Siku yangu (mijn dag)

De nacht is roerig. Mijn lange benen steken zeker 20 cm uit het kleine Afrikaanse bed waarin ik slaap langs de Airstrip. De klamboe kriebelt ondertussen tussen m’n tenen en het gezoem van de muggen vormt een waar strijkorkest. Om 05.00 word ik wakker van woedende honden die elkaar luidkeels achtervolgen rond ons huis. Onrustig dommel ik weer in, om vervolgens om 06.00 gewekt te worden door het galmen vanuit de Moskee. Ik besluit het op te geven, en gooi een paar stralen koud water in m’n gezicht, om me vervolgens in mijn operatiepak en witte jas te hijsen. Om 07.30 zitten we vervolgens paraat bij ‘morning report’. Op de achtergrond ronkt de generator hard en buiten is het mistig van het rokende apparaat. Er is geen stroom, en de generator werkt hard om het hele ziekenhuis van stroom te voorzien.

Asubuhi (ochtend)

Om 09.30 betreden we de Labour Ward, waar we de zo bekende hoge toon van de reanimatietafel al op afstand horen blèren. Op de tafel treffen we een grauw, iets te vroeg geboren baby’tje aan. De verpleging heeft het kindje net beademd, en het hartje is mooi gaan kloppen. We besluiten deze jonge wereldburger vlot te verplaastsen naar de NICU. Het zuurstofgehalte in het bloed blijkt erg laag, slechts 60%. We besluiten te starten met ademhalingsondersteuning om te kijken of we het zuurstofgehalte kunnen opkrikken. Dit lukt slechts moeizaam, het kindje blijft uiterst slap.

Ondertussen behoeven ook de andere baby’s op de Intensive Care onze aandacht. We besluiten met de Clinical Officer (CO) en Registered Nurse (RN) te starten met een leerzame visite (training on the job). Op het eerste bedje ligt een kindje van een week oud wat er cachectisch uitziet en bij elke slok voeding hoest en proest en de voeding via neus en mond weer terug komt. We proberen een maagsonde in te brengen, maar deze krult terug. We vermoeden een slokdarmdefect en willen het kindje insturen naar een groter centrum. Ouders besluiten echter, ondanks onze verwoede pogingen hun transport te betalen, dat zij gebruik willen maken van lokale medicatie bij een traditional healer.

In de vier houten couveuses liggen momenteel acht zeer jonge, kleine prematuren (allen onder de kilo). Allemaal tweelingen, dus ze heten allemaal Kulwa (eerste) en Dotto (tweede). Toevallig allemaal meisjes met een roze, gehaakte muts. We houden ze met pleisters uit elkaar. Onze blik valt op de meest rechtse couveuse. Hierin ligt de kleinste en jongste tweeling van respectievelijk 500 en 700 gram (geschat 26 weken). Een van de twee is blauw en ademt niet. We vrezen het ergste, en halen het kindje vlot uit de couveuse en starten met beademen. Met effect! De hartslag is vlot weer boven de 100 slagen per minuut, de pittige tante opent haar ogen en zet het op een gillen. Deze korte resuscitatie herhaalde zich nog driemaal gedurende onze dienst. Dit is het gevolg van het onrijpe ademhalingscentrum, waardoor zo’n jong kindje af en toe stopt met ademen*. Ondertussen sneuvelt het kleine infuus in haar hand. We zijn echter volledig door de neonatale infusen heen, en moeten de markt op om weer een voorraad aan te leggen. Een grotere maat infuus past namelijk niet in een onderarm wat de grootte van een luciferstokje heeft..

Mchana (voormiddag)

Het gaat niet goed met onze opname van vanmorgen. Het kind heeft ernstige ademhalingsproblemen en blijft volledig slap en niet reactief. Maximale ademhalingsondersteuning mag niet baten. We besluiten nog even handmatig te beademen, maar ook dit heeft onvoldoende effect. De hartslag ebt steeds verder weg, en het pasgeboren baby’tje overlijdt.

Net goed en wel bijgekomen van dit overlijden, krijgen we bericht dat er in een lokale, kleine dispensary (kliniek) in de ‘bush’ en zieke baby is geboren die onmiddelijke hulp vereist. We stappen in de ambulance, en vervolgen onze weg door de prachtige, groene Afrikaanse landschappen. De ambulance heeft vier verschillende sirenes: wale, yeow, hi-lo en yelp. Enthousiast speelt onze chauffeur onderweg met deze hippe deuntjes. Met goed effect: de dala dala’s (lokale kleine busjes) en piki piki’s (motoren) maken massaal plaats. Na 20 minuten geasfalteerde weg, duiken we de bush in. We gaan de dirt road op, en komen al vlot vast te zitten. Gelukkig pakken de wielen het snel weer op, en kunnen we door. Het zou gaan om een baby met een chirurgisch probleem. Onderweg zoeken we reeds contact met een Nederlandse kinderchirurg van het Radboudumc. Zij bereidt ons voor op de procedure. Tropengeneeskunde ten top: roeien met de riemen die we hebben. Bij aankomst met de imposante ambulance, is de hele tribe uitgelopen uit de hutjes, en worden we groots onthaald. De baby is in slechte conditie. De darmen en maag liggen volledig buiten het lichaam en zijn anatomisch niet goed aangelegd (gastroschisis). Het kindje is onwijs afgekoeld, en slechts 31 graden. We proberen het defect te verkennen en de organen terug te plaatsen in de buik. Dit lukt niet. We besluiten een naaldje in het bot te plaatsen om vocht te kunnen geven, wikkelen het kindje in doeken en nemen het op schoot, tegen ons aan, voorin de ambulance om op te warmen. ‘Haraka haraka’, snel naar het ziekenhuis! Inventief plaatsen we een slangetje in de maag, binden daar een spuitje en handschoen aan vast, om alle maagsappen te laten aflopen. De conditie van het kindje blijft echter zo slecht en de afwijking zo groot, dat we helaas geen behandelopties meer hebben en de natuur z’n werk heeft gedaan.

 Jioni (namiddag/avond)

Afgepeigerd van een intensieve dag met veel acute (tropen) geneeskunde lopen we onze laatste ronde over de NICU. Alle acht de kleine prematuren liggen blakend roze in de couveuse met enkel ondersteuning via CPAP of een zuurstofbril. Pittig, Afrikaans bloed. Vlak voordat wij het ziekenhuis willen verlaten, schuifelt er een onzekere, jonge moeder de NICU binnen met haar forse baby. Haar pasgeboren telg huilt veel en ze is bang dat hij ziek is. Ik bied mijn pink aan met een beetje suikerwater, en deze stralende baby eet m’n pink bijna op. Onze diagnose luidt: honger. Gefeliciteerd met uw zoon, jullie mogen naar huis!

Nota bene: in Nederland gebruiken we medicijnen ter preventie van zo’n ‘apneu’ (coffeine). Met donaties die via Stichting Vrienden Sengerema Hospital (www.stichtingvsh.nl) binnenkomen, streven we naar continue invoer van een soortgelijk medicament op de NICU. Zodoende streven we naar sterftereductie van (jonge) prematuren. 

 

Mijn locatie Sengerema, Mwanza Region, Tanzania.

Nyumbani (thuis)

Mijn blik valt op een zeer dierbare foto van mama Z. en mij in een innige omhelzing. Een jonge vrouw met een bescheiden zwangerschapbuikje die ernstig ziek binnenkomt in het ziekenhuis van Sengerema in 2016. Buiten bewustzijn, lijdend aan cerebrale malaria. Haar kleine meisje komt veel te vroeg, maar sterk ter wereld via een spoedkeizersnede. Slechts 800 gram en geschat 27 weken leggen we haar in een warme houten couveuse. Haar moeder vecht voor haar eigen leven op de Intensive Care, wij strijden voor de kleine dame. Wonder boven wonder doorstaat Z. haar kritieke moment en wordt wakker. Ze grijpt naar haar buik, en heeft door dat hier geen groeiend baby’tje meer in verblijft. Paniek in haar ogen. We besluiten moeder en kind te herenigen op de Intensive Care, waar we de kleine dame enkele minuten tussen de borsten van haar zieke moeder leggen. Moeder vecht als een leeuwin, en komt er wonder boven wonder volledig bovenop. De kleine dame heeft inmiddels het gewicht van 1 kilogram bereikt, als het noodlot toeslaat. Na drie weken treffen we haar met een grauwe, vale kleur, liggend in een plasje gifgroen braaksel en een bolle buik in de couveuse. Een, voor haar fatale, ontsteking van haar premature darmen (necrotiserende enterocolitis). Moeder is ontroostbaar, en wil haar meisje dichtbij haar, nu ze nog een hartslag heeft. Ze vraagt mij of we dit moment samen kunnen beleven. Ik kruip bij haar op bed, en samen ondersteunen we de kleine todat we haar moeten loslaten..

Nyumbani (thuis)

Wijzer voor wijzer heb ik onrustig zitten aftellen tot het weer tijd was om naar mijn tweede thuis te mogen afreizen. Voor mijn gevoel sta ik met één been in Nederland en één been in Tanzania. Deze Oost-Afrikaanse parel heeft mij in z’n greep, en laat niet los. In Nederland krijg ik geregeld de vraag of ik überhaupt werk, gezien al mijn intensieve reizen naar Afrika. Het antwoord is volmondig ja, en hoe! Ik maak een boel uren en heb intensieve werkweken. Door mijn compensatiedagen te combineren met vakantiedagen, kan ik het tot nu toe waarborgen elke 4 tot 6 maanden af te reizen naar mijn ‘tweede thuis’. Alhier kan ik, vanuit Stichting Vrienden Sengerema Hospital, verder bouwen aan ons fantastische ‘Project NICU’. Arriveren in Sengerema voelt (letterlijk) als een warm bad. Ik ben mij de hele dag bewust van de vlinders in mijn buik als ik de Afrikaanse geuren opsnuif, de eerste woorden Kiswahili probeer te vertalen en herenigd wordt met de mensen die mij hier zo dierbaar zijn.

Contrasten

In het vliegtuig naar Tanzania las ik het boek ‘Verhalen uit de Ambulance’ van Mariette Middelbeek. Een bundeling van casuïstiek die hulpverleners is bijgebleven. Opvallend veel hulpverleners beschrijven de kinderreanimatie- en sterfte (mijns inziens terecht) als één van de meest heftige momenten uit hun carriere. Na een dergelijke crisissituatie wordt in Nederland hulp aangeboden via het Bedrijfs Opvang Team (BOT-team). Dit zette mij aan het nadenken over de grote contrasten die ik beleef in mijn twee werelden. De afgelopen maanden ben ik op de NICU in Nederland meermaals betrokken geweest bij overlijdens van baby’s. Een intens traject dat je samen met ouders doorloopt. Je streeft ernaar zoveel mogelijk te handelen naar de wensen van de ouders. Het kindje gaat in de meeste gevallen op de borst bij vader of moeder. Zodoende overlijdt het baby’tje in bijzijn van liefhebbende ouders, die een toekomst met elkaar voorzagen..

In Tanzania verloopt het proces rondom overlijden van een baby op een geheel andere wijze. Voor de opening van de Neonatale Intensive Care Unit, werden stervende baby’s op een aanrecht gelegd om (alleen) te overlijden. Vervolgens werden zij volledig afgedekt in de mooiste Kitenge (kleurrijke omslagdoek), alvorens zij aan ouders mee werden gegeven. Menig maal heb ik moeders gestimuleerd hun kindje vast te houden tijdens de laatste minuten op deze aarde. Ik heb echter moeten accepteren dat dit een andere cultuur betreft. Dit blijft voor mij nog steeds een kritiek leerpunt waar ik het moeilijk mee kan hebben, maar accepteer. Dit heeft er in geresulteerd dat menig kindje z’n laatste adem uitblies in mijn armen (dit wordt overigens wel geaccepteerd en gewaardeerd). Voorheen keken mijn locale collega’s vreemd op. Inmiddels is er een vorm van gewenning opgetreden. Met de komst van de NICU is dit proces wel aan het veranderen (zie de intro casus). Moeder en kind verblijven samen op de NICU. Aangezien ‘ Kangaroo Mother Care’ (buidelen) in Tanzania inhoudt 24 uur per dag, zijn moeder en kind samen. En, oh ja! Van een BOT-team hebben we in Afrika nog nooit gehoord na een heftige casus. Dit maakt het verdriet en de impact echter niet minder..

Dar es Salaam

Afgelopen donderdag ben ik afgereisd naar Tanzania. Ik verblijf echter de eerste dagen in het grote, anonieme, drukke Dar es Salaam om mijn medische registratie opnieuw te voltooien. Zonder de juiste papieren staat immigratie het namelijk (terecht) niet toe dat er medische verrichtingen worden gedaan. Het is hier 34 graden en zwaar vertoeven aan het strand (hihi). Gistermiddag zocht ik verkoeling in het zwembad (wat zeker ook de 30 graden aantikt) en kreeg ineens een peuter van 1,5 in m’n armen. Moeder was vervolgens spoorloos met haar vriendinnen. Enigszins beduusd keek de kleine dame naar de ‘mzungu kubwa’ (grote blanke) die haar ineens vasthield. Voorzichtig begon ze m’n huid af te tasten en keek vervolgens vlot naar haar eigen handjes, om uit te vinden of die nu ook wit verkleurden. Na een half uur heb ik haar volledige vertrouwen gewonnen, en hangt ze aanhankelijk om m’n nek. Genieten en bijna therapeutisch: spelen met gezonde Afrikaanse kinderen! Meestal zijn ze doodziek als ik erbij gevraagd wordt..

Vanaf dinsdag beginnen de werkzaamheden in Sengrema op de NICU. Het Project NICU team van maart/april 2017 bestaat verder (voor de derde keer) uit: Iris van Wanrooy (arts-assistent kindergeneeskunde Utrecht) en Sophie Bennenbroek (arts-assistent Neonatologie Nijmegen). Daarnaast zal de eerste hereniging met Milo pas zondag 2 april zijn. Moeilijk te verdragen, aangezien we in hetzelfde land zijn. Het aftellen gaat door! Meer updates en foto’s volgen als het harde werken weer is gestart..

Mijn locatie Mwanza Region, Tanzania.

Ethnomedicine

Pikkedonker, met alleen de weerkaatsing van de grote, volle maan in Lake Victoria. We zitten met z’n allen op het kleine strandje, met op nog geen 10 meter afstand hippo’s. De wetenschap dat dit prachtige, groen/blauwe meer gevuld is met gevaarlijke hippo’s, krokodillen en schistosomiasis (bilharzia), doet ons een gepaste afstand bewaren. Met een knetterend kampvuurtje op de achtergrond en wat lokale Konyagi, zijn we echt even ‘weg’. We zijn met een aantal dokters een weekend op pad: Rubondo National Park. Een onbewoond eiland, in het Noorden van Tanzania. Even geen telefoons, geen patientenzorg: rust!

Special case:

Een bekend fenomeen in Afrika zijn ‘traditional healers’. Een eigen visie op de geneeskunst met eigenhandige aanpak. Tijdens een eerder bezoek, zowel in Tanzania als Kameroen, heb ik de eer gehad een bezoekje te mogen brengen aan een traditional healer. Woonachtig en praktiserend in een hut gemaakt van stro en koeienpoep. Een intrigerend fenomeen.

“Traditional Healer (ethnomedicine) – A person in a primitive society who uses long-established methods passed down from one healer to another to treat a person suffering from various illnesses, many of which have psychological underpinnings. Methods used by traditional healers include the use of roots, fetish dolls, voodoo dolls, and the smoking out of a possessing spirit or spell.” 

Donderdag- op vrijdagnacht werd ik met spoed m’n bed uit gebeld door hoofdverpleegkundige Anna. Bij binnenkomst staarde een zeer mager ventje van twee weken oud me met grote ogen aan. Volledig ondervoed, uitgedroogd en gegeneraliseerde tetanus (ernstige infectieziekte met spierspasmen). Voor mij een nieuw fenomeen in de tropische setting. Een schrijnend beeld. Hier draaide onze rollen om: Anna nam mij mee deze casus in. Voor haar, helaas, geen nieuw verschijnsel (dit is de zesde casus van Tetanus dit jaar). Dit kindje heeft een bezoekje gebracht aan de traditional healer, waarbij er ‘helende’ koeienpoep op de indrogende navel is gesmeerd. Helaas geen genezing maar een bron van infecties! Op de NICU kunnen we tegenwoordig, o.a. dankzij Stichting Vrienden Sengerema Hospital, echter wel basiszorg leveren voor een dergelijk zieke baby. We zijn gestart met ademhalingsondersteuning door middel van CPAP met 100% zuurstof, hebben het kleintje in een afgesloten couveuse gelegd om prikkels te reduceren en op juiste temperatuur te komen, hebben een infuus ingebracht om medicatie en vocht te kunnen geven en een maagsonde kunnen plaatsen om te kunnen voeden. Optimale zorg in deze setting!

En toen was het donker..

Tig zoemende apparaten die om de haverklap alarmeren zorgen voor continue prikkels. We zijn druk in de weer met twee zieke baby’tjes. Eén heeft een laag zuurstofgehalte in het bloed (50%), ziet blauw van kleur en is slap, waarvoor ademhalingsondersteuning gestart moet worden. Tegelijkertijd wordt een grauw, klein kindje van 1,6 kg binnengebracht met een lijfje vol petechieen (paarse, puntvormige huidbloedingen) met ook een laag zuurstofgehalte. In rap tempo liggen beide baby’s aan de nodige ondersteuning en protesteren de apparaten alweer luid. Daarnaast flikkert er een helderblauw licht door de NICU: de nieuwe fototherapie (behandeling voor kindjes die geel zien). Alle apparaten draaien op maximale capaciteit. En toen… was het donker en stil. Stroomuitval en geen stromend water meer. This is Africa (T.I.A.). Gelukkig functioneren onze (enige) twee monitoren gedurende 30 minuten op batterij. Geen stroom betekent echter ook: geen ademhalingsondersteuning. Gelukkig werken onze beademingsballonnen altijd! Weer even met onze neus op de feiten dat technische mogelijkheden anno 2016 erg leuk zijn als het meewerkt, maar een scherpe klinische blik en handelen met whatever voor handen zeker zo van belang is! Een nieuwe ‘piep’, ditmaal van twee alarmerende monitoren: het zuurstofgehalte zakt weer… Gelukkig herstart de stroom en werkt de CPAP weer!

Perinatale sterfte:

Met een glimlach van oor tot oor komt Dr. Caroline de NICU op. Er is zojuist ‘perinatal and maternal death meeting’ geweest. Er is een afname van perinatale sterfte (overlijdens van baby voor, rond, na de geboorte)! Ze is trots. De meest gerapporteerde sterfgevallen zijn baby’s vanuit de thuissituatie. Het is opvallend dat er in het SDDH een stuk adequater geresusciteerd wordt als een baby niet zelf ademt na de geboorte. Ik voel me bevoorrecht weer twee weken te hebben mogen bijdragen aan het behouden van nieuw leven. Als prachtige afsluiter hadden we gisteren een groot moment van euforie en voldoening. Vorige week hebben we een baby’tje langdurig staan beademen nadat het een slechte start had. In Nederland zou dit kindje aan de beademing gaan. We stonden op het punt te stoppen met beademen toen de kleine toch zelf kracht toonde en begon te ademen. Afgelopen vrijdag is deze kanjer gezond met ontslag naar huis gegaan. Dit is waarvoor we dit werk doen! Ik ga voldaan naar huis.

Vriendelijk bedankt voor alle liefdevol gebreide mutsjes, sokjes, babyspullen en financiële bijdragen voor ‘Project NICU’. Onder het mom: ‘niet geschoten is altijd mis’. We zijn er nog niet! Concreet hebben we nog minimaal twee monitoren nodig om meerdere zieke baby’s te kunnen monitoren. Momenteel moeten we namelijk (moeilijke) keuzes maken, omdat we maar twee baby’s tegelijkertijd kunnen monitoren. Daarnaast blijven financiële middelen noodzakelijk voor infusen, antibiotica, voeding (!!), infuusvloeistoffen, medicatie, personeel, uitbreiding van de NICU, continueren van scholing etc. Ga naar www.stichtingvsh.nl voor meer informatie en mogelijkheid tot doneren!

 

Mijn locatie .

Living on the edge..

Dat reizen risico’s met zich mee brengt, is voor mij een bekend fenomeen. Als oerhollandse, eigenwijze en uiterst nuchtere wereldreizigster, loopt dat in mijn optiek altijd wel (behoorlijk) los. Deze trip vertrek ik echter niet met stalen zenuwen. Na mijn vorige bliksembezoek aan Tanzania ben ik ernstig ziek terug gekomen en heb heel wat uurtjes mogen spenderen in een ziekenhuisbed van ‘t Radboudumc. Een medisch raadsel. Nog steeds! Een ding is zeker: een delegatie aan tropische wezentjes heeft flink huisgehouden in mijn lijf. Tja, reizen: living on the edge! It won’t stop me.

‘Cause this is Africa’ 

Het is zondagavond 21.00 als Marjolijn (kinderarts io/vriendin) en ik arriveren in het fijne en bloedmooie Sengerema. Van Oko, de ziekenhuischauffeur, mocht ik zelf de auto besturen over de zanderige hobbelwegen richting de binnenlanden van Tanzania. Met een ietwat gespannen Marjolijn op de achterbank en de rood ondergaande zon vervolgen we onze reis. Op z’n Afrikaans, want zo’n 5 km voor Sengerema krijgen we panne. Inmiddels is die eens zo prachtige zon verdwenen en is het pikkedonker buiten. Oko verdwijnt vervolgens op een piki (motor), en wij blijven enigszins verbluft achter in de pruttelende auto. Gelukkig komt hij niet veel later terug met een lading benzine, en komen we toch nog veilig bij het ziekenhuis aan. Ik drop m’n backpack op de grond en volg zeer spoedig de geuren en geluiden richting het ziekenhuis. Van meters afstand hoor ik de alarmen van de NICU rinkelen en mijn zintuigen staan direct op scherp! Ik word dan ook direct met mijn neus op de feiten gedrukt. Bij binnenkomst (na mijn 36 urige reis) is een ijverige verpleegkundige met man en macht een pasgeboren baby aan het beademen die thuis geboren is en een navelstrengbloeding heeft (bij gebrek aan een navelklem thuis). Ik laat haar in charge en ondersteun waar mogelijk door een tweede infuus te plaatsen, te vullen met bloed en uiteindelijk een paar minuten hartmassage toe te passen. Onder onze handen glijdt dit kindje echter toch weg, en verdere reanimatie mag helaas niet meer baten. Welkom terug in de Afrikaanse realiteit.

Sengerema:

De nacht in Sengerema begint vroeg en wordt weer steeds frisser. Pikkedonker, met alleen verlichting van duizenden sprankelende sterren waar ik zo dol op ben. Een hemels schouwspel mijlenver van ons vandaan. Ik wurm me in m’n slaapzak en ‘cocoon’ onder m’n veilige klamboe. Op de achtergrond hoor ik gejank van de straathonden en wat verre kreten die doorgaans door merg en been gaan. Komend uit het ziekenhuis, dat naast ons is gelegen. Langzaam zakken mijn ogen dicht en droom ik weg. Om 06.30 laat het goudgele zonnetje zich weer zien, en is het tijd voor een ijskoude douche. Zodra m’n blauwe OK-pak aan is, vormen zich weer kleine kristallen druppeltjes op mijn voorhoofd. Klaar voor weer een klamme, drukke werkdag!

Stralend en met een glimlach van oor tot oor bewandel ik de paden van het ‘doctor’s compound’ richting het naastgelegen ziekenhuis. Die paden waar ik zo intens van geniet, en die ik zo intens kan vervloeken. Ik geniet als ik het orkest van de fluitende vogels en het geluid van de grote oehoe in de bomen hoor. Ik vervloek ze als ik in het donker struikelend en onhandig naar het ziekenhuis moet rennen voor een spoedgeval. Stiekem angstig voor die ene zwarte slang, die ik toch echt met eigen ogen heb waargenomen. Intens gelukkig ben ik terug in Sengerema. I’m home! Ik logeer weer in m’n tweede thuis, bij Siobhan (gynaecoloog). De sfeer op ‘t compound is gezellig met Marjolijn, Siobhan, Celine (tropenarts io) en Hilde (tropenarts).

NICU:

Op het moment dat ik het ziekenhuis betreed (lees: binnen huppel), valt mijn oog als eerste op officiële wegwijzers met ‘NICU’ daarop. Met een brede glimlach vervolg ik mijn route naar de NICU, die de afgelopen tijd verder aan het ontwikkelen is. De NICU puilt letterlijk uit. Er liggen 18 baby’tjes, daar waar we gestart zijn met 6 NICU-plekken. Van heinde en verre komen vrouwen met hun pasgeboren spruit. Onlangs is de CPAP (vorm van ademhalingsondersteuning) geïntroduceerd, en vol trots krijg ik direct een presentatie van de verpleegkundigen en Dr. Caroline (arts op de NICU). In September werden 93 opnames geregistreerd, waarvan de voornaamste opnamereden wederom ‘asfyxie’ (zuurstoftekort) betreft. Verdere omstandigheden zijn echter minder dan ik gewend vas. We hebben grote tekorten aan maagsondes, infuuscanules, infuusvloeistoffen, antibiotica, voeding en overige essentiële middelen om onze baby’s mee in leven te houden. Met elkaar worden we steeds vindingrijker, en komen we altijd wel tot een passende oplossing.

Om een beeld te schetsen: op dinsdagochtend meldt een bezorgde moeder zich via de ‘eerste hulp’ met haar twee weken oude dochtertje. Zij wil al twee weken niet drinken, is niet gegroeid, hoest en proest en ademt niet goed. Zelf denkt moeder dat haar baby zich continu verslikt en wil graag raad en daad. Al snel denken we aan een onderbreking van de slokdarm (oesofagusatresie) en ik wil dit graag bevestigen. Daarvoor heb ik echter wel een maagsonde nodig, en zolang ik dit niet heb uitgesloten mag dit kindje niet eten, dus heeft het een infuus en vloeistoffen nodig. Hoofdverpleegkundige Anna fluistert dat er nog een kleine noodvoorraad met kleine, gele infusen aanwezig is (de laatste 10, dan zitten we volledig zonder). Maagsondes zijn er niet. Coassistent Martine en ik besluiten de markt op te gaan, op zoek naar sondes. Duka la dawa (drogist) in en uit. Geen maagsondes. Uiteindelijk bij onze laatste opties heeft de beste man toch nog 8 neonatale sondes onder het stof liggen. Voor hem een goede business, want hij kan ze aan ons voor een mooie prijs verkopen. Inmiddels zijn we twee uur verder, alvorens onze baby een maagsonde heeft. Deze blijkt inderdaad niet op te voeren, en de röntgenfoto bevestigd de ondiepe positie van de sonde en hiermee de diagnose. Anna en Caroline stellen, met een beetje Europese hulp, samen een beleid voor en zorgen voor correcte uitvoering hiervan. Ik ben trots op dit fantastische NICU-team.

Reanimatietraining:

Afgelopen jaar hebben we veel aandacht besteed aan de reanimatie van een pasgeboren, ‘natte’ baby. We hebben geoefend op speciaal daarvoor ontwikkelde poppen en veelal in de praktijk bij echte reanimaties. Dit verblijf ren ik gemiddeld twee a driemaal per dag hysterisch met ‘baby Anne’ onder mijn armen de NICU of verloskamers op. “Een op tijd geboren baby, in het vruchtwater gepoept, ademt niet, heeft geen hartslag”. Vervolgens leg ik baby Anne op de reanimatietafel en start de timer. In de Afrikaanse cultuur is deze manier van onderwijs anders dan ze gewend zijn. Lachend en vol ongeloof staren ze me aan. Als mijn gezicht strak in de plooi blijft, en ik gil dat “mijn baby dood gaat”, gaan ze toch serieus aan de slag. Hardop tellen we in het Swahili bij het openen van de longen. Deze training werpt z’n vruchten af. Vanmorgen werd ik gebeld voor assistentie op de verloskamers. Er was zojuist een echte baby geboren zonder ademhaling, volledig slap, blauw en nauwelijks waarneembare hartslag. Het topteam is zelf gestart met de reanimatie van deze nieuwe, jonge wereldbewoner. Een nieuwe dimensie, waarin ik een duidelijke stijgende trend zie!

Milo:

Bijna 1 jaar geleden kwam deze kleine jongen in ons leven (Iris). Op 03-12-2016 werd een klein, pasgeboren jongetje gehuld in gekleurde doeken op de NICU afgeleverd. Gevonden bij het vuilnis twee uur bij Sengerema vandaan. Inmiddels ogenschijnlijk gezond, fantastisch ontwikkelend en sinds mei woonachtig in een weeshuis in stad Mwanza. Vol gezonde zenuwen bezoeken Marjolijn en ik hem direct na aankomst. Nachten heb ik gedroomd over dit weerzien. Op het moment dat ik zijn naam roep, kijkt hij op, verschijnt een gulle lach op z’n bolle toet en kruipt hij in hoog tempo naar me toe. Hij trekt zich op aan mijn kleding en staat zowaar. Armpjes de lucht in, en een lange knuffel volgt. Hij geniet van alle aandacht die hij van ‘tante Kwaku’ en ‘mama Milou’ krijgt. Schoenen zijn er om op te eten, toch niet om aan te trekken? En aan stoere ‘beanies’ op z’n koppie doet meneer niet. Eigenwijs mannetje.. waar hij dat van heeft?

Mijn locatie Nijmegen, Gelderland, Netherlands.